Dordtse kajak- en kanovereniging Dajaks
actueel
vereniging
toertochten
opleidingen/cursussen
tochtplanning
techniek
foto's seizoen 2018
foto's seizoen 2017
foto's seizoen 2016
foto's seizoen 2015
foto's seizoen 2014
foto's seizoen 2013
foto's seizoen 2012
foto's seizoen 2011
foto's seizoen 2010
foto's seizoen 2009
foto's seizoen 2008
foto's seizoen 2007
foto's seizoen 2006
foto's seizoen 2005
werkzaam in de Biesbosch
kanoverhalen
kanoverhalen
Donaufahrt 2004
Lahn
De Honderd
Veluwerally 2006
Biesboschronde 2006
filmpjes
De Biesbosch
contact
aanvragen lidcode
ledenpagina's


zoek met google



facebook icoon twitter icoon
De Honderd

Vorig jaar vaarde ik voor het eerst de Veluwerally mee. 50 Kilometer van Rederlaag/Arnhem naar Deventer over de Gelderse IJssel. Het was schitterend weer en toen we tegen een uur of drie aankwamen bij de kanovereniging in Deventer had ik het idee dat ik nog wel een stukje had willen doorvaren.

Toen dit jaar de grote vakantie voorbij was en de Veluwerally opnieuw op de toeragenda verscheen, stond bij mij eigenlijk al vast dat ik dit keer de honderd zou varen. Heel even werd ik aan het wankelen gebracht toen Martin mij vroeg om de 50 km in de C11 mee te varen, maar gelukkig loste dat probleem zich op doordat er meer dan voldoende liefhebbers voor deze trip beschikbaar waren. Even zag het er naar uit dat Erik de Jong met mij mee zou varen maar dat bleek op het laatste moment niet door te gaan.
Goed, je geeft je op voor de honderd en dan is de teerling geworpen. Weer of geen weer, je gaat er voor. Je hoort dramatische verhalen, o.a. van Jurgen, die gaan over de verschrikkelijke laatste twintig kilometers, de IJsselcentrale bij Zwolle die niet dichterbij komt, de wind, de mist, kortom het grote afzien.
Van Dajaks ben ik dit keer de enige op deze afstand. Eenzaam maar niet alleen, want van de ongeveer 400 deelnemers aan de Rally, doen er 103 de 100 kilometer. Deelname aan de Rally vraagt wel wat voorbereiding. Het is handig om wat kilometers in de armen te hebben. Zelf heb ik een half rondje Dordt gevaren (30 km), wat zo soepel ging dat ik met vertrouwen naar de 100 uitkeek. Verder moet je de zaterdag voor de tocht tijdig op de camping in Rederlaag zijn om je boot af te leveren en je tent op te zetten. Dan moet de auto naar Kampen, het eindpunt van de 100, worden gereden.
De organisatie is zo attent om een bus beschikbaar te stellen die tegen betaling van 9 ieder die wil weer terug naar de camping brengt. Dat gaat via de toeristische route langs Deventer en Zutphen, zodat ik pas tegen half 8 's avonds terug op de camping ben. De Dajaks groep is dan al uitgebreid aan de barbecue, die de organisatie ter gelegenheid van het 25 jarig jubileum heeft georganiseerd. Het is leuk en gezellig en sommige jongeren als Hans vd Pol komen meer dan genoeg aan hun trekken. Om 23.00 uur trek ik aan mijn stutten, want ik wil morgenochtend echt om half acht starten. Het weer is bewolkt, wat mij het vertrouwen geeft dat de kans op mist beperkt is. Bij gebrek aan een wekker slaap ik niet helemaal aan een stuk door, maar ik ben wel om 06.00 uur wakker.
Ik zie in het donker de lichtjes aan de overkant: hoera, geen mist! Opbreken en inpakken in het donker heeft een aparte charme, maar rond zeven uur begint het langzaamaan licht te worden, waardoor ik de laatste inpak check met licht kan doen. Raymond en Martin zijn inmiddels ook wakker en wensen me een goede vaart. Om 10 voor half acht lig ik in het water en maak de start in volle glorie mee. Er is een oude brandweer auto die van zich laat horen voor het officiële aftellen begint. Om precies half acht vertrekken we. Omdat ik met niemand anders rekening hoef te houden kan ik varen waar ik wil en in het tempo dat mij past. 'Toevallig' zit ik redelijk vooraan en heb ik zicht op een aantal snelheidsduivels die in hun K1 werkelijk wegspurten. Ik ben benieuwd hoelang die dat volhouden. Verder is het een gevoel zoals bij de intocht in Leeuwarden na de elfstedentocht, massaal, maar ook met de verwachting naar wat komen zal. Prachtig is de schitterende zonsopgang die bij vertrek uit de Rederlaag is te zien. Omdat het bewolkt is, is van de zon maar een streep tussen de horizon en de wolken te zien, maar zeer overtuigend vlammend. Na twintig minuten zijn we op de IJssel, waar ik na een minuut of vijf de eerste raaipaal zie met de kilometerafstand 899. Van de organisatie hebben we een overzichtje gekregen bij welke afstanden controle posten staan en post Kampen staat op 993,5 km. Dan weet je gelijk wat je te doen staat. Toch is het belangrijk je niet te veel met de kilometers bezig te houden, maar vooral te genieten van het varen. Van vorig jaar weet ik dat het varen midden op de rivier de grootste snelheid geeft en zo vroeg in de ochtend zijn wij - naast de vele vissers aan de kant- de enige gebruikers van de rivier. Dus het gaat hard, dankzij de raaipalen becijfer ik dat ik gemiddeld 13 km per uur vaar. Het is stil, het relatief warme water geeft damp af en zonder al te veel moeite vaar je langs stadjes als Doesburg en Dieren, die in een stille zondagmorgenrust zijn gedompeld.
Om kwart voor negen ben ik bij de eerste controlepost, voorbij Dieren. Aan een soort bezem met knijpers worden de controle kaartjes aan geboden en voor wie wil is een appel. Inmiddels heb ik een paar kanoërs om me heen die ongeveer hetzelfde tempo varen en met wie ik af en toe een praatje maak. De zon breekt niet door, maar het is niet koud en er is nauwelijks wind: het ideale kanoweer. Het valt me ook op dat er nauwelijks vrachtvaart is waardoor er veel in het midden van de rivier kan worden gevaren. Al om kwart over 10 kom ik bij Zutphen aan en besluit slechts een korte drinkpauze in de kano te houden.
Het wordt nog even spannend wanneer een rijnaak net naar de kant wil, maar de schippersvrouw heeft ons gezien en we krijgen de ruimte om weg te varen. Een uurtje later, halftwaalf, vaar ik samen met een grijzende vijftiger uit Oostvoorne Deventer binnen. In vier uur tijd hebben we, weliswaar zonder grote pauze, de eerste vijftig kilometer gevaren. We besluiten nog een klein stukje voorbij de brug te varen, alvorens onze pauze te nemen. Eenmaal op het zandstrandje is te zien hoe hard de kano's op de stroom varen! We zijn inmiddels bij kilometer raai 946 en het begint dus al aardig op te schieten. Voor mij begint nu een stuk dat ik nog niet eerder heb gevaren. Als we na de pauze weer het water op gaan laat ik mijn maatje voor uit varen. Hij gaat net een tandje sneller dan ik en ik heb geen zin me te forceren. Langs de kant zijn de aalscholvers vertrouwde gasten op de palen langs de rivier. Komisch zoals ze bij het opstijgen eerst een diepe val naar beneden maken omdat ze te weinig snelheid hebben. We passeren de veerponten van Wijhe en nog een paar plaatsen.Ik heb gelezen dat deze veren achterlangs gepasseerd moeten worden, maar het valt niet mee om met stroom mee te wachten tot de pont voorbij is. De volgende stempelpost die na Deventer gemeld staat is Kromholt bij een camping in de buurt van Wapenveld. We zijn dan nog 22 km van het eindpunt. Bij deze postplaats stap ik weer uit want er wordt thee en soep aangeboden en ik wil mijn drinkwatervoorraad aanvullen. De kanoërs die ik aantref begin ik al te kennen en het is even een gezellig oponthoud. Duidelijk wordt ook wat het belang is van vrijwilligers om deze tocht mogelijk te maken. De vrijwilligers zelf zijn niet erg optimistisch dat er vervangers voor hen klaarstaan als zij er mee ophouden. Na deze stop ga ik voor het laatste stuk. Het is bijna drie uur en ik verwacht tussen vijf uur en half zes aan te komen. Behalve dat ik mijn polsen voel en op mijn linkerhand een paar blaren aan het ontstaan zijn, voel ik me prima. De stroming is nog steeds goed voor een gemiddelde van 12 kilometer en dat zal tot Kampen zo blijven. Spoedig zie ik de grote IJsselcentrale, die er nogal verlaten bijligt, en vervolgens komen de drie bruggen van Zwolle in zicht. Varend onder die bruggen voel je je eigen nietigheid in je bootje. Na Zwolle lijkt de IJssel wat rustiger en breder te worden. Bij Zalk zien we opnieuw een pontje heen en weer varen en dan is het afwachten wanneer Kampen in zicht komt.
Het is tegen vijf uur dat ik onder de Kampense brug door vaar en iets verderop de molen zie. Sommige molens hebben toch wel iets bijzonders! Na negen en een half uur varen heb ik de honderd vol gemaakt en eerlijk gezegd, het is me mee gevallen. Ik heb natuurlijk geweldige mazzel met het weer gehad, maar daarnaast is het van belang dat ik mijn eigen tempo heb kunnen varen en mijn eigen rustpauzes heb kunnen in plannen, dat wil zeggen, niet al te vaak lang aan de kant. Op tijd vertrekken en de eerste helft tot Deventer lekker doorvaren zorgt er ook voor dat je voor de tweede helft voldoende tijd en energie over houdt. Wat mij betreft komt er zeker nog een volgende honderd en een beetje minder goed weer mag dan ook wel.

Dit artikel is geschreven door Chris Rozier en is verschenen in de keerwater nr 6 uit 2002