Dordtse kajak- en kanovereniging Dajaks
actueel
vereniging
toertochten
opleidingen/cursussen
tochtplanning
techniek
foto's seizoen 2018
foto's seizoen 2017
foto's seizoen 2016
foto's seizoen 2015
foto's seizoen 2014
foto's seizoen 2013
foto's seizoen 2012
foto's seizoen 2011
foto's seizoen 2010
foto's seizoen 2009
foto's seizoen 2008
foto's seizoen 2007
foto's seizoen 2006
foto's seizoen 2005
werkzaam in de Biesbosch
kanoverhalen
kanoverhalen
Donaufahrt 2004
Lahn
De Honderd
Veluwerally 2006
Biesboschronde 2006
filmpjes
De Biesbosch
contact
aanvragen lidcode
ledenpagina's


zoek met google



facebook icoon twitter icoon
Weekje aan de Lahn

Dit jaar besloten we om met ons driemanschap geen Donau-etappe te varen. De hele onderneming (Budapest-Belgrado) zou teveel tijd in beslag nemen. Dus zochten we naar een alternatief: niet te ver en niet te lang, maar voldoende om de teamspirit op peil te houden. Het werd de Lahn. Al lang en breed bezocht door menig kanoliefhebber, maar voor ons een nog onbekend riviertje. Een kanovakantie in Duitsland was tijdens eerdere tochten uitstekend bevallen, in het bijzonder het eten en drinken dus eigenlijk kon niets ons weerhouden.

Zondag 18 augustus, terwijl de Elbe ver buiten zijn oevers stond vertrokken wij vanaf de Zeedijk te Dordrecht richting Giessen. Rutger en Daaf met de kano’s op het dak en ik in mijn eigen Opeltje. Via Dortmund en Autobahn 45 is Giessen zonder problemen te bereiken. Het vinden van de plaatselijke kanovereniging was een veel groter probleem. Na wat heen en weer rijden kwamen we uiteindelijk toch bij de Kano- und Skiverein van Giessen. Het kampeerterreintje stond vol met eettafels en bankjes, maar de beheerder verzekerde ons dat alles binnen een uur opgeruimd zou zijn. Tot die tijd konden wij onze vochtbalans op peil brengen met welverdiende glazen Hefe Weissen en kregen we een overgebleven salade als voorafje. Vervolgens tentjes bouwen en na een verfrissende douche ging de meegenomen prut erin als nasi.
Terwijl meerdere kanoërs zich voor de nacht installeerden, brachten wij onze auto’s naar een geschikte parkeerplek en deden we onze meisjes kond van onze veilige aankomst.
De eerste aanblijk van de Lahn was teleurstellend: een nauwelijks stromend water van nog geen 20 meter breed, en zelfs onze eigen Linge ziet er op de meeste plekken veel aantrekkelijker uit. Maar goed: ons waren prachtige landschappen beloofd en voorlopig hielden we dat in gedachten.
Maandagochtend vroeg uit de veren, een ontbijtje en daarna inpakken. Zo rond half elf zaten we op het water en dat vonden we lang niet slecht; de eerste dag ben je meestal veel tijd kwijt met het passen en meten.
Na een honderdtal meter varen kwamen we bij de eerste Bootgasse: trek maar aan het koordje en even later glijd je met je hele hebben en houden zo’n drie, vier meter naar beneden. Niet veel later een tweede en ook nog een derde keer. Daarna was het gedaan met de Bootgassen, wel volgde de ene sluis de andere snel op. Alleen de eerste sluis werd bediend, de anderen werden bediend door onze eigen sluismeester Rutger (die hiervoor tot vervelens toe moest worden bedankt). Nabij Wetzlar moesten we onze boten zelf over de stuw trekken: de eerste stuw had geen voorzieningen en bij de tweede stuw van dit stadje had men een rollerbaan gemaakt. Daarvandaan hadden we mooi zicht op het oude Wetzlar en op de linkeroever zagen we de Leica-fabrieken. Daar moest mijn minilux natuurlijk een foto van maken. Tot Wetzlar hebben we behalve veel sluizen een riviertje gezien met heel veel gezichten: dan weer waande we ons op de Linge, even later dachten we thuis in de Biesbosch te varen, hier en daar zat je in een diepe sloot die nog het meest aan de Dommel deed denken. De stroming was mede dank zij de vele stuwen navenant; van stilstaand water tot een flink stromende beek. De kwaliteit van het water liet te wensen over ik herinner mij van de eerste dag vooral een wasmiddelenlucht en de vele belletjes op het riviertje bevestigden de aanwezigheid van veel detergent. Geen water waarvoor je voor je plezier in gaat zwemmen. Later op de dag werd het landschap interessanter: hier en daar kwamen heuvels in beeld en de omgeving werd vooral ook stiller. De eerste kampeerplek hebben we links laten liggen: een soort jeugdkamp met veel rumoerige kinderen.
Het water stroomde prachtig en we besloten nog wat verder te varen. Bij Leun troffen we een kampeerplek helemaal voor onszelf: alleen het keurige toilet- en douchegebouw herinnerde ons dat we inderdaad op de gemeentecamping van Leun waren. In Leun hebben we de eerste Schnitzels getest. Bij terugkomst klonk in de verte onweer. Voor deze keer dan maar geen borrel voor de tent. Terwijl de regen op het tentdoek tikte rekende ik even de afgelegde dagafstand uit: begonnen bij kilometerpaal –5,6 en gestopt bij paal 26, dus 26 - - 5,6 = 31,6 km. Niet spectaculair, maar gezien het aantal sluizen niet verkeerd.
De volgende morgen vroeg naar het dorp om brood te kopen. Tien voor tien zaten we al weer in onze boten. Het beloofde een warme dag te worden. Voor wat betreft de stroming hadden we deze dag niet te klagen, het tempo werd alleen gedrukt door de vele sluisjes die we ook deze dag moesten passeren. Bij het stadje Weilburg troffen we de beroemde scheepvaarttunnel. Een beetje overdreven om hier met hoofdlampen op naar binnen te varen: het tunneltje is nog geen 100 m lang. Aan het eind bevindt zich wel een sluis en hier moest tweemaal geschut worden. Winkelman aan het werk dus. Na deze sluizen hebben we een pauze genomen. Koud terug in de boot barstte een enorm onweer los. Omdat we geen mogelijkheid zagen onze boten te verlaten besloten we langs de kant wat beschutting te zoeken. De bui die we over ons heen kregen was werkelijk spectaculair.
De belangstelling voor het kanoën is na Weilburg veel groter en verwonderlijk is dat niet: Het landschap gaat er vanaf hier echt goed uitzien: meestal vaar je langs met veel loof- en naaldhout begroeide hellingen en gaandeweg worden deze hellingen steeds hoger. Door de afwezigheid van de autoweg heb je hier het landschap eigenlijk voor jezelf. Bij Amenau troffen we een Biergarten vlak bij het water en die gelegenheid lieten we uiteraard niet aan ons voorbij gaan.
Gelukkig was de afstand naar Runkel niet al te lang meer. Het wegvaren bij de sluis van Runkel vergde wel de nodige oplettendheid: het water van de stuw wilde de boot in de richting van een stevig rotsblok duwen.
De camping van Runkel had veel van een woonwagenkamp: niet echt aantrekkelijk, druk en rommelig. Het kon ook geen toeval zijn dat juist hier een groep zigeuners bezig was een kermis op te bouwen. In Runkel vonden we een etablissement waar we de volgende schnitzel naar binnen werkten. Het weer had er niet meer zo’n zin in: na een warme dag dreigde het constant te gaan regenen. Het kon dan ook niet uitblijven dat de volgende ochtend bijzonder troosteloos begon: veel regen die later overging in een vette motregen. Alles nat. Maar niet getreurd. Uiteindelijk zaten we toch nog bijtijds in onze boten.
Nabij Limburg leek het even of het gedaan was met de mooie omgeving: het landschap werd hier weer vlakker. Ook zagen we de eerste strijkijzers op het water en dat had een naar gevolg: vanaf Limburg werden de sluisjes bediend. Dat was wel even wennen voor onze Rutger. Ter compensatie besloten we om in het stadje op zoek te gaan naar een lekkere Apfelstrudel. Niet alleen de aanwezigheid van busladingen vol 65-plussers, maar ook de tientallen kraft-winkeltjes, de bedenkelijke kwaliteit van de Sachertorte en de weinig fantasievolle Schneebal versterkte ons vermoeden dat Limburg typisch zo’n aardig stadje is dat volledig ten prooi gevallen is aan kitsch en commercie. Na het middaguur zochten we daarom weer snel onze kano’s op om verder de Lahn af te zakken. Het landschap kreeg weer fantastische allures: soms moesten we aan de Weser denken, dan drongen zich herinneringen aan de Donau op. Om de laatste sluis te halen moesten we even extra hard aan de peddels trekken: net op tijd konden we de laatste schut meemaken. De eerste camping mocht je best kano-onvriendelijk noemen: de volle kano’s moesten daar via een trap en tunnel naar boven, waarna we nog een klim van zo’n kleine 100 meter voor de boeg hadden. We gokten daarom op de tweede camping: een alleraardigst veldje aan het water (compleet met steiger) bij een Gasthof en nabij een rustig dorpje.
Tijdens het verorberen van Schnitzel nr 3 hadden we een mooi uitzicht op de tentjes die hun best deden nog voor de nacht op te drogen. Verbazingwekkend overigens dat hier in het midden van Duitsland gebeurde wat op al onze vorige expedities nog nooit gelukt was: de mobieltjes misten aansluiting met de geciviliseerde wereld. Zelfs een nachtelijke wandeling naar een veel hoger gelegen punt kon hier niets aan veranderen.
De volgende ochtend bleven de tenten lang vochtig. Maar geen reden ons niet snel op te maken voor de laatste etappe. Ruim voor tien uur zaten we in de boot. We hebben eindeloos moeten wachten bij een sluis tot ook de laatste canadees van een grote groep dagjesvaarders een plek gevonden had en zo kwamen via Nassau bij Bad Ems. Weer zo’n stadje dat meer beloofd dan het waarmaakt. Blijkbaar heeft dit plaatsje historische banden met Rusland: een echte orthodox kerkje en een soort van Russisch ambassadegebouw en een corrupt plekje waar we veel te dure koffie met apfelstrudel nuttigden. Tijdens deze laatste etappe realiseerden we ons steeds duidelijker dat het dus inderdaad mogelijk is om met je boot vanaf deze plek stroomafwaarts tot de Kop van het Land in Dordrecht te varen. Bij Lahnstein bereikten we onze laatste camping nabij kilometerpaal 134. De eerste nacht hadden we veel plek voor ons zelf. De wandeling naar Lahnstein richting Gasthof betekende een flinke wandeling, maar ook Schnitzel nr 4 beviel prima.
De volgende dag reserveerden we voor het ophalen van de auto’s. Lopend naar Lahnstein en vervolgens een spectaculaire treinreis langs alle plekken die we eerder die week gezien hadden richting Giessen. Toch wel fijn om dan je autootje weer ongeschonden aan te treffen.
Alles bij elkaar zijn we toch een hele dag onderweg geweest. Om te voorkomen dat de schnitzels uit onze neusgaten zouden groeien besloot ik om het avondmaal te verzorgen: Pilaf en in combinatie met een lekker wijntje beviel dat prima. De terugweg was grote treurnis: het water viel die zaterdag met bakken uit de hemel, maar na een uur filevertraging arriveerden we gezond en voldaan zo rond de klok van vier in Dordrecht.

De Lahn. Ik denk een riviertje dat beslist de moeite waard is.

Dit artikel is geschreven door Jan en is verschenen in de keerwater nr 6 uit 2002