Dordtse kajak- en kanovereniging Dajaks
actueel
vereniging
toertochten
opleidingen/cursussen
tochtplanning
techniek
inleiding
de basisslag
sturen
lage steun
golven
de boogslag
meer boogslag
stuurgedrag
analyse techniek
balanceren
de eskimorol
de puntredding
de X-redding
X, hielhaak en kiwi
de H-redding
kajak surfen
snelste kajak
hellen kano
reparatie gelcoat
getijden
de canadees
zelf bouwen software
foto's seizoen 2018
foto's seizoen 2017
foto's seizoen 2016
foto's seizoen 2015
foto's seizoen 2014
foto's seizoen 2013
foto's seizoen 2012
foto's seizoen 2011
foto's seizoen 2010
foto's seizoen 2009
foto's seizoen 2008
foto's seizoen 2007
foto's seizoen 2006
foto's seizoen 2005
werkzaam in de Biesbosch
kanoverhalen
filmpjes
De Biesbosch
contact
aanvragen lidcode
ledenpagina's


zoek met google



facebook icoon twitter icoon
Lijstje met technieken om je boot te sturen of op koers te houden

Opkanten
Gewicht op een bil brengen eventueel met een gestrekt been. Bij het gewicht op de linkerbil draait de kano naar rechts. (rechtsopkanten =rechterkant kano komt omhoog, links opkanten = de linkerkant van de kano komt omhoog) Oefening: slalom varen enkel door opkanten.

Boogslag tijdens varen
Begin met het opkanten van je boot in de richting waar je heen wilt sturen. De slag wordt aan de andere kant gemaakt. De slag wordt zo wijd mogelijk gemaakt; de peddel zover mogelijk aan de voorkant naast de kano insteken met het peddelblad evenwijdig aan de boot. Vervolgens met een op schouderhoogte uitduwende tot een bijna gestrekte arm een boog beschrijven zover mogelijk naar achter doorhalend. De romp draait mee (kanoër peddelblad met romp laten volgen). De duwende arm moet nu ruim over de middellijn van de kano heenkomen. Het gewicht hangt aan de kant waar de slag wordt gemaakt. De handen blijven zo laag mogelijk bij de kano (peddelsteel blijft min of meer langs spatzeil, doordat ver naar het peddelblad in het water toe wordt opgekant).


360 graden draaien tijdens stilliggen
Men moet zover mogelijk naar de kant opkanten waar een boogslag wordt uitgevoerd. De slag wordt aan de andere zijde van de kano achter overgepakt. Het 'overpakken' betekent dat ook het gewicht verplaatst wordt naar de andere kant (opkanten naar andere zijde en gewicht om en om op linker-rechterbil). Het is een afwisseling van de voorwaartse en een achterwaartse boogslag.

Achterstevenroer
(is alleen effectief bij voldoende snelheid) de peddel wordt zover mogelijk naar de achterkant van de kano ingezet zo dicht mogelijk bij de boot. De romp wordt zover mogelijk parallel aan de kano ingedraaid en het hoofd volgt de peddelinsteek (de gehele peddel is aan een kant van de kano). Het peddelblad staat verticaal in het water met de holle kant naar de kano toe gericht. Men moet opkanten aan de kant waar de peddel als roer wordt ingezet. Door het blad naar de kano toe of juist van de kano af te bewegen verandert de kano van richting (aan de rechterkant insteken betekent dat met het naar buiten toe bewegen van het peddelblad de kano naar rechts stuurt). Men kan op deze wijze de kano laten 'kwispelen'. Het peddelblad moet vertikaal in het water blijven en het is niet de bedoeling dat het blad 'gedraaid' wordt; daarmee verliest men snelheid en realiseert men geen stuurbeweging. Bij het insteken van het peddelblad kijkt men naar het peddelblad, maar vervolgens weer naar voren om de stuurcorrectie te kunnen beoordelen.


Boegroer
Begin met het opkanten van je boot in de richting waar je heen wilt sturen. Plaats vervolgens je peddel vertikaal in het water aan de opgekante kant van je boot. Doe dit ter hoogte van je opgetrokken knie, onder een hoek van 45 graden t.o.v. je boot.
Bij voldoende snelheid zal je boot nu om je peddel gaan draaien. Eindig de actie met een flinke voorwaartse slag.
Experimenteer met verschillende insteekplaatsen en hoeken van je peddel om verschillende bochten te maken.